De kus

 

                             De Katalysator in het Hoenderhok van de Schone Kunsten.

 

 

 

Inleiding

De Katalysator

 

                                                       

 

  

Sur le pont d'Avignon              (Op de brug van Avignon):

L'on y danse,                            (daar danst men)

l'on y danse                          (daar danst men …)

 

 

                  Zo klinkt het bekende, speelse  lied, waarvan wij de stad Avigon kennen.

 

Identiek lichtvoetig ‘danste’ in datzelfde Avignon op dinsdag 24 juli 2007 een jonge kunstenares voorbij het twee miljoen Euro ‘zware’ kunstwerk van de uitdagend mannelijke Cy Twombly. Deze vrouwelijke Sam Rindy beantwoordde de kunstzinnige verleiding met haar vuurrode kusafdruk op het maagdelijk, monochroom witte schildersoppervlak. Verrukt riep ze: “nu is het schilderij nóch mooiër!”

 

            Sam Rindy a dessiné avec son rouge à lèvres un coeur sur la toile à embrasser du Téléthon de Stéphane Dufraisse.

 

Een advocaat laat op 9 oktober 2007 aan                                   Sam Rindy, die op 24 juni 2007 een kus plaatste

de rechtbank in Avignon de lippenstift-rode                                   op het werk van Cy Twombly en verrukt riep:

kus zien op het werk van Cy Twombly;                            “nu is het schilderij nóg mooiër.” Kunstenaarsschap?

met een marktwaarde van 2 miljoen Euro.                                    Stendal-Syndroom? Wat vertelt Cy Twombly erover?

 

Naderhand merkte Cy Twombly humoristisch op, welke vreemde machten zijn werken op dames konden hebben. Hij memoreerde, dat in zijn Cy Twombly Galerie, van de Menil Collectie te Houston Texas,  een vrouw op elke zondagmorgen naakt danste voor zijn schilderijen. Zij kocht een kaartje. Ging voorbij de museumswacht en zodra deze zijn rug gedraaid had, kleedde zij zicht uit, als ware het een ritueel. Vervolgens danste zij naakt voor de werken van de meester…. 1.

 

Sommigen veronderstellen, dat Sam Randy bij haar aktie ten offer viel aan het Stendhal-syndroom? Een psychische aandoening, die optreedt als iemand volledig overrompeld wordt door de schoonheid van kunst. Dit kan resulteren in een versnelde hartslag, duizeligheid, verwarring en flauwvallen; in ernstige gevallen zelfs manie, hallucinaties of andere psychotische verschijnselen.

 

De Franse schrijver Stendhal beleefde, in 1817, bij zijn reis naar Florence een identieke ervaring. Hij schrijft: “ik was tot een hoogte van ontroering gekomen waar de hemelse gevoelens, opgewekt door de schone kunsten, en mijn gepassioneerde gevoelens elkaar ontmoetten. Terwijl ik Santa Croce verliet, bemerkte ik het bonzen van mijn hart. Bij mij leek het leven uitgeput  en was bang om te vallen terwijl ik wandelde.” Het Stendhal syndroom werd naar hem genoemd.

 

De Italiaanse psychiater Graziella Magherini, werkend aan het centrale ziekenhuis van Florence, heeft meer dan 100 soortgelijke gevallen onder touristen van deze stad geobserveerd en beschreven. Het aanschouwen van de kunstwerken kon leiden tot transcendentie of hysterie. Zelfs pogingen tot vernieling werden geobserveerd. Het syndroom is wellicht te vergelijken met het Jeruzalem-syndroom, waarbij sterke emotionele reacties op religieuze ervaringen optreden.

 

Al deze syndromen kwamen uitvoerig aan de orde in de uitgebreide internet-discussies en bij de rechtzaak na het gebeuren in Avignon. Wij stellen vast, dat kunstenares Sam Randy, noch uit de kleren ging, noch ten prooi viel aan enige psychische aandoening; doch slechts, zoals een scheppend kunstenaar, na de penseelstreek vaststelde: “nu is het schilderij nóch mooiër!”

 

           

 

            Sam Rindy samen met haar advocaat                                            Bij het paleis van justitie

 

 

Lees verder…

Later komen wij terug op deze affaire, die de aanleiding betekent voor een opnieuw op gang gekomen discussie. Een meer gedifferentieerde visie op de kunstmarkt en het verzamelen van kunst? Een extra dimensie van het kunstenaarsschap? Betekent Sam Rindy de katalysator in het hoenderhok van de schone kunsten? Haar kus: de aanleiding die discussie op gang brengt?

 

Uiteraard spreken wij niet over de psychopaten en andere geestelijk gestoorden, die de meest gruwelijke dingen met kunstwerken op het oog hebben.

Uiteraard ook met achting voor degenen die zich inzetten om ons culturele erfgoed in stand te houden: de verzamelaars, de beveiligers en ieder die daaraan een bijdrage levert.

 

Voorwoord

                                                                    

4 januari 1997.

Krantenbericht.

In het “Stedelijk Museum” Amsterdam spuitte een Russisch kunstenaar een groene kleur op een schilderij van Malevich. Een dollarteken! In de tussentijd is de restauratie van het schilderij met een waarde van 15 miljoen gulden bijna voltooid. De man, een Russische kunstenaar, is gearresteerd.

 

Daarna kwam een uitgebreide discussie op gang.

In de kunstwereld. Tussen kunstenaars. Op internet.

Zelfs hoofdredacteur Giancarlo Politi, van het vakblad “Flash Art”, met een positieve reputatie in de museums wereld, nam het op voor de dader: Alexander Brener.

Er zit een kunstzinnig aspect in deze actie!

 

24 juli 2007.

Tien jaar later.

Opnieuw een identiek voorval.

Sam Randy zet haar rode kus op het maagdelijk witte schilderij van Cy Twombly in Avignon.

Weer een uitgebreide discussie. In bladen. Op internet.

Weer hetzelfde thema.: “nu is het schilderij nóch mooiër!”, had de kunstenares verklaard.

D.w.z.: er zit een kunstzinnig aspect in deze actie!

 

Laat deze laatste actie van Sam Randy nu eens eindelijk de Katalysator in het Hoenderhok van de Schone Kunsten zijn. Laat dit de aanleiding zijn om nu, voor eens en voor goed, vast te stellen wat de betekenis is van het geld, het eigendom en de (on)aantastbaarheid bij beeldende kunstwerken.

 

 

 

Inleiding

 

Eigendom en geld overheersen nog steeds de beeldende kunsten. Het lijkt wel op de tijden van de Europese en Aziatische ‘middeleeuwen’; toen de kerken en geloofsovertuigingen bepaalden welke kunstenaars er aan bod kwamen. De macht van het eigendom en het geld heeft nog steeds een desastreuze en perverterende invloed op de autonome kunstzinnigheid van de beeldende kunstenaars. Bovendien verlamt deze de interactie tussen de kunstenaars.

 

Wij moeten daarvan af. Tenminste dient ieder, die met geld en eigendom de beeldende kunstscène beïnvloedt zijn positieve idealen bij te stellen: de kopers, de handelaren, de geldbeleggers, de verzamelaars, de sponsors, de beeldende kunstenaars zelf, de musea en ieder die betrokken is bij het verwaarloosbare stukje materie, waaruit een beeldend kunstwerk opgebouwd is.

 

Vanzelfsprekend is het niet de bedoeling om ertoe aan te zetten buiten de geldende wetgeving te treden. Wel om ideeën over moraal en ethiek te ontwikkelen, die o.a. invloed kunnen hebben op veranderende wetgeving en jurisprudentie.

 

 

 

Inhoud verdeeld over vier delen

plus appendix A en B

 

DEEL 1:

            Inleiding De Katalysator

            Voorwoord

            Inleiding

            Inhoudsopgave

            Het Kapitaal

                        Eigendom

                        Twijfel

                        Het oude China

                        Graffiti

                        Beschadigingen, niet door graffiti, maar ook bij performances

                        Het Geld.  Maat voor kwaliteit in de kunst?

                        De Aasgieren

                        De Negatieve invloed van Geld op de Kunstenaar

                        De waanzin van de kunstenaar die bij verkoop een goed gevoel heeft.

                        Het Verleiding van de Galerist

                        De Spiritualiteit van Kunst

                        De Perversie: een minder goed gevoel bij Kunst en Geld

                        Gemeenschappelijkheid versus individualiteit

                        Oplossing op wereldschaal: De Verenigde Naties

 

DEEL 2:

            DE BOM BARST

                        Revolutionair Malewich

                        Revolutionair Brener

                        Revolutionairen ontmoeten elkaar

                        Breners theorie

                        Performance

                        Symphatie gerechtelijke macht?

                        Support

                        Kunstzinnigheid

                        Conclusie

 

DEEL 3:

            De (on)aantastbaarheid van het kunstwerk

                        Voorbeelden. Van één kunstwerk; gemaakt door meerder kunstenaars tegelijk.

                        Het kunstzinnige aspect van het ingrijpen bij een bestaand kunstwerk

                        Voorbeeld soft ‘ingrijpen’:  Jan Fabre in het Louvre

                        Het Louvre erkent de facto het kunstzinnige aspect van de ingreep in een bestaand kunstwerk!

                        Ingrepen in bestaande kunstwerken met ‘beschadigingen’

                        Een kunstwerk, dat om kunstzinnige redenen geen gevaar loopt

                        Een kunstwerk, dat om andere dan kunstzinnige redenen gevaar loopt

 

DEEL 4:

            Dankzij de kus van Sam Randy gaat de discussie opnieuw voort… en voort…

 

 

 

 

APPENDIX A:

           Documentatie betreffende de zaak: Alexander Brener en Kazimir Malevich.

           Met een zo maximaal mogelijke hoeveelheid historische gegevens.

 

APPENDIX B:

           Documentatie betreffende de zaak: Sam Rindy  en  Cy Twombly.

           Eerste deel met nieuwsberichten.

           Tweede deel met internet discussieforums.

           Besluit: persmededeling museum “Collection Lambert en Avignon”.

 

 

Het Kapitaal

 

 

We voelen ons heerlijk… Wandelend over de pluche tapijten van kunstbeurzen als de Maastrichtse Tefaf, de Amsterdamse KunstRai, de Keulse Art Cologne, de Art Basel, en Art Basel Miami Beach. Noch meer genoegen valt ons ten deel bij de veilinghuizen als Christie’s en Sotheby's. Wat is alles toch mooi! Goed geregeld. Schöne Heile Welt!

 

Een beetje minder aangenaam doch dragelijk, blijkt ons bezoek aan de Kasselse Documenta of de Biënnale van Venetië. Jammer, dat daar die ‘prijskaartjes’ ontbreken…

 

Optimaal kapitalistisch genoegen beleven wij in de musea… Hoe kan dat nou? Jazeker!

De overheid trekt zich in toenemende mate terug uit de Europese en Amerikaanse museum wereld. Beperking subsidies. De musea vallen ten prooi aan de grote verzamelaars. De musea worden de speelbal van zich aandienende en terugtrekkende collecties van de grote collectioneurs. Deels uit ideële motieven; deels ook om de verzameling goedkoop onder te brengen en financieel te profiteren van de toenemende bekendheid van de tentoongestelde kunstwerken.

 

In Duitsland: nu bijvoorbeeld, de verzamelaars, die zich tegenwoordig terug trekken uit westelijk Duitsland ten gunste van Berlijn. Grote musea voor moderne en hedendaagse kunst zoals de Londense Tate Modern, Moma New York en zelfs het nieuwe Stedelijke Museum in Amsterdam dragen als financieel fundament een doorslaggevende invloed van het privé kapitaal, dat er zijn voordelen zoekt. Zo is bijvoorbeeld Audi tot 2014: “De Founder” van het Stedelijk Museum te Amsterdam. Het scheelde geen haar of er was ook een Audi auto ten toon gesteld…

 

Het is allemaal begrijpelijk en tot de verbeelding sprekend.

Het lijkt heerlijk om kunstwerken aan te kopen en een verzameling kunstwerken aan te leggen;

doorgaans een tak van sport, niet voor de doorsnee miljonairs  maar merkwaardigerwijs voor de multimiljonairs boven de 10 miljoen e.d..

Ook het verhandelen van kunst en galeriehouder spelen spreekt tot de verbeelding; in een vorm van inspirerend ondernemersschap!

 

Kunt u zich voorstellen, dat er, ondanks al dit moois, er desondanks tóch een addertje onder het gras zit? Ook al zou iets van het bovenstaande voor u een dagelijkse tak van sport zijn, tóch zit er tenminste iets bedenkelijks in…

 

 

 

 

Eigendom

 

 

 

Twijfel

Indien u de (trotse) eigenaar bent van een kunstwerk, dan vindt deze rechtvaardiging zijn uitgangspunt in de ethiek en de wet. U voelt zich er safe en happy bij. Het kunstwerk is van u! En van niemand anders. U hebt er een goed geweten bij, want u hebt het wellicht op een respectabele wijze gekocht, geërfd, gekregen; enz..

 

In zijn algemeenheid:

is eigendom wel zo onaantastbaar?

 

Hierna een discutabel voorbeeld van, volgens de katholieke moraal, aantastbaar zijn van eigendom.

(Brood stelen. 2)   Ondermijning van de rechtsorde?)

 

De Nederlandse bisschop Muskes, van Breda, stond bekend om zijn bijzonder uitspraken en standpunten. Zo sprak hij in 1996 begrip uit voor de werkelijk armen die zwart bijklussen. Ook over een arme die een brood steelt puur uit nood, viel hij niet. Muskens verwees naar een oude stelregel in de katholieke moraalleer. Volgens die leer is diefstal een zonde, maar iemand die geen brood kan kopen en dan - door honger gedreven - brood steelt, begaat geen zonde. De Bredase bisschop lichtte dit op televisie nader toe. "Ik ben een pastor die vanuit het veld veel leest en hoort over schrijnende armoede bij steeds meer mensen. Er moet toch iets aan het systeem fout zijn. al kan ik niet precies aangeven wat.".

Deze opmerkelijke uitspraak vindt een lange traditie in de Rooms katholieke kerk. Die al terug te vinden is in de eerste verzameling van de canonieke (het kerkelijk recht), geschreven door een zekere Gratianus in de twaalfde eeuw. Het gaat over het goddelijke recht, dat voorrang heeft op het menselijke recht. Een zekere Johannes Teutonicus werkte dit honderd jaar later verder uit. Hij stelde vast, dat de rechten die men aan het goddelijke recht (Fas) ontleent, steeds incidenteel zijn. Dat wil zeggen door de omstandigheden bepaald. Men kan deze rechten niet afdwingen, maar wanneer men ze uitoefent, dan kan men daarin niet verhinderd worden door de ander. Er moet steeds aan twee vereisten voldaan worden: de levensnoodzaak van de een en de overvloed bij de ander die daardoor geen schade lijdt. Dan geeft Johannes Teutonicus een voorbeeld:

Men mag, door honger gedreven, best vruchten plukken en opeten, maar men mag ze niet in grote hoeveelheden meenemen; men mag ook zoveel korenaren meenemen als voldoende zijn om de honger te stillen, maar men mag ze niet in grote bundels met een sikkel afsnijden. Dit is geoorloofd, zegt Johannes, omdat er levensnoodzaak is bij de één en geen schade bij de ander.

 

Bij eigendom heb je vanuit de moraliteit het gevoel, dat het, zelfs buiten de wetgeving om, iets totaal onaantastbaars betekent. Toch blijkt uit het bovenstaande voorbeeld, dat zelfs bij een toonaangevende instantie zoals de Rooms Katholieke Kerk de ethische onaantastbaarheid van eigendom soms een vraagteken krijgt.

 

Een vraagteken bij je eigendom?

Een vraagteken bij kunstwerken die je als je eigendom beschouwd?

 

 

 

Het oude China

 

Een andere gedachte over eigendom van kunst komt uit het oude China.

 

Kunst was in de eeuwenoude, Chinese traditie een middel waarmee een individu zichzelf kon verheffen en werd alleen al om die reden nooit verkocht. “Het is dan ook een heel ironisch, dat de hedendaagse kunt uit China zo in  het teken van het geld staat,” zegt Pearl Lam. De heer Lam, geboren in Hongkong, en opgegroeid in Londen, geldt tegenwoordig internationaal als een van de belangrijkste experts in de Chinese kunst.

 

Merkwaardig;  die oude Chinezen…

Zouden er in die tijden goede argumenten geweest zijn om kunst niet als handelswaar in te zetten?

 

 

 

 

Graffitie

 

 

 

                                                    

Graffitie in Antwerpen

 

           

 

                                                           

                                                                                 

                                                     Graffitie in New York

 

 

 

Zou graffitie kunst mogen heten, dan betekent het uiteraard een bijzonder triviale vorm. Met nadruk stel ik, dat ieder zich aan de wet dient te houden, het eigendom van anderen te respecteren en bovendien uit ethische overwegingen respectvol dient om te gaan met het eigendom van anderen.

 

De kunstzinnige kwaliteit van op zichzelf staande, graffitie geschriften blijkt vaak laag. Het lijkt discutabel of de eventuele kick van de graffiti-spuiter tijdens het ontstaan van zijn ‘kunstwerk’ een bijdrage betekent tot de kunstzinnige kwaliteit van het uiteindelijke resultaat. Die kick bestaat uit het doen van iets dat verboden is en de gevaarsbeleving van het ontdekt kunnen worden tijdens het spuiten; volgens de hardleerse graffitie-spuiters een essentieel element van graffitie. Desondanks lijkt dit element minder zichtbaar in het eindresultaat.

 

Als wij hier spreken over graffiti, dan bedoelen wij uiteraard niet de uitsluitend destructieve, totaal onkunstzinnige, spuit-strepen die je ook vaak op wanden en muren ziet. Wij hebben het hier uitsluitend over (vaak afkeuringswaardig onstane) graffiti, waar desondanks een element van kunstzinnigheid uit te destilleren schijnt. Hoe verfoeilijk de ontstaansgeschiedenis ook moge zijn.

 

Het zijn twee aparte elementen. Het ene aspect van het in strijd zijn met de wet en de moraal. Het tweede aspect met de vraag of het kunst betekent en eventueel van welke kwaliteit.

 

Er is ook iets te zeggen voor de complete afkeuring van dit fenomeen; wat je meestal hoort. De wellicht, dirty mind over het eigendomsaspect overwoekert daarbij het aspect van de kunstzinnigheid.

Dit laatste speelt natuurlijk geen rol op plaatsen waar graffiti toegestaan is.

 

Desondanks moet ik stellen, dat ik tijdens treinreizen vaak meer geniet van de graffiti langs de spoorbanen als van het landschap. Ook in de steden kijk ik liever naar de graffiti als naar de doorgaans saaie architectuur. In sommige steden bestaan er plaatsen waar alles vol graffiti zit: een lust voor mijn oog… Hoe ik daar in ethische zin mee om moet gaan, is voor mij een vraagteken? Zouden moreel/kunstzinnige aspecten, wat dit betreft, omgezet kunnen worden in nieuwe wetgeving? Hoe denkt u daarover?

 

 

 

Beschadigingen, niet door graffiti, maar ook bij performances

 

                           

                       

                           Wandelende kunstenaar giet spoor van verf uit, in Parijs.

                           Performance “The Leak” door  kunstenaar Francis Alÿs.

                    Foto van videoscherm in Musee d’Art Moderne de la Ville de Paris.

 

Het beschadigen van eigendommen gebeurt niet alleen door graffiti, maar ook bij kunstzinnige performances.

 

Bijvoorbeeld.

De zeer gewaardeerde Belgische kunstenaar Francis Alÿs, die leeft en werkt in Mexico City.

Solo exposities: Portikus te Frankfurt (Duitsland), MALBA te Buenos Aires (Argentinië), Kunstmuseum Wolfsburg te Wolfsburg (Duitsland), Musée des Beaux-Arts te Nantes (Frankrijk), Museo d’Art Contemporani te Barcelona (Spanje), Museo de San Idelfonso te Mexico City (Mexico), Musée d’Art Contemporain te Avignon (Frankrijk), Centro nazionale per le arti contemporanee te Rome (Italië), Kunsthaus Zürich te Zürich (Switzerland) , Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía te Madrid (Spanje)  en Museum of Modern Art te New York (NY).

Groepsexposities: o.a. 14th Biennale of Sydney te Sydney (Australië); 2004 Carnegie International, Carnegie Museum of Art te Pittsburgh (PA), São Paulo Biennale te São Paolo, Brasilië, en Shanghai Biennale 2002 te Shanghai (China).

Een zeer gewaardeerde kunstenaar dus met uitstekende reputatie!

 

Francys Alÿs loopt, in de sfeer van een kunstzinnige performance, als een knoeiende wandelaar door een stad en laat een spoor van verf op de bodem achter zich. Op de afbeelding ziet u hem aan de gang in Parijs (2003). Hetzelfde ‘kunstje’ in São Paolo (1995), Berlijn (2006) en Lissabon (2006). De wandelingen hebben een uitdrukkelijk kunstzinnige betekenis! Via internet op diverse plaatsen terug vindbaar en naleesbaar.

 

Ook de beschadiging van het schilderij het grijze kruis van Kazimir Malevich in Amsterdam op 4 januari 1997 door Alexander Brener, wordt in kunstkringen niet alleen gezien als kunstzinnig, maar ook als een performance.5

 

 

 

 

Het Geld.  Maat voor kwaliteit in de kunst?

 

Wij lezen het voortdurend in de beschouwende pers. Waarom hebben bepaalde kunstenaars zoveel succes? Omdat er hoge euro en dollar bedragen betaald worden voor hun kunstwerken! Daar ligt de kern en  het uitgangspunt voor de bewondering. De waarde in de kunstmarkt schijnt de alles bepalende factor te zijn. Indien een kunstwerk tijdelijk te hoog of te laag gewaardeerd zou worden, zal de marktwerking dit wel corrigeren.

 

Andere factoren blijken in mindere mate een rol te spelen. Zoals de werkelijke kwaliteit van het kunstwerk en de toepasbaarheid. Bijvoorbeeld de mate waarin een kunstwerk spiritualiteit op zou kunnen wekken op heilige plaatsen: een bekend aspect bij oude Europese, kerkelijke en Aziatische, tempel kunst. De Duitse kardinaal Meisner uitte bijvoorbeeld kritiek op de nieuwe glas-in-lood vensters van Gerhard Richter in de Keulse dom; een ‘regenboog’ van ‘Bauhaus’-kleurtjes zonder stichtelijke taferelen…

 

Met bewondering stelt men vast, dat een kunstwerk niet alleen mooi is, maar dat de kunstenaar er ook rijk van kan worden. Dankzij de kopers en de verzamelaars stijgen de kunstenaars op het voetstuk van hun bewonderaars.

 

Als excuus voert men aan, dat een kunstwerk iets anders is dan een massa product, waarmee wij dagelijks overgoten worden. De koper verwerft een onverwisselbaar unicum. Het product zit verweven in het systeem kunst waarvan de geschiedenis tot vele duizenden jaren terug gaat. Er schijnt in de kunst iets onvervreemdbaars levends te zitten. Dit levendige is niet virtueel; het is het leven van de kunstenaar. Dat is de reden, dat men vaak meer berichten hoort over het leven van de kunstenaar als over de kunstwerken zelf. De meeste verzamelaars willen daarom de kunstenaars, waarvan ze iets kochten,  leren kennen. Ze zoeken hun vriendschap. Voor velen vertegenwoordigen de kunstenaars het rollenmodel van de tegenwoordige tijd. De kunstenaar hoeft niet gedisciplineerd te zijn, behoort zich ook niet aan regels te houden, hoeft geen rekening te houden met normen en waarden en oogst juist daarom hun bewondering. De uitspraken van de kunstenaars over hun werk zijn heilig.3

 

Het lijkt op de bewondering voor de super-kapitalisten, die het zogenaamd “gemaakt” hebben. Veel geld verdiend en dus bewondering verdienen… Er verschijnen dollar en euro tekens in de ogen van de bewonderaars. Zij plaatsen hun kunstenaar-afgoden bovenop de voetstukken van de kapitalistische ladder en bewieroken hen met klinkende munt.

 

 

 

De Aasgieren

 

Een beeldend kunstenaar gebruikt, in het normale geval, materiaal voor zijn beeldend kunstwerk. Bijvoorbeeld een schildersdoek met wat verf. Materie! Materialen, die in doorsnee slechts een fractie aan waarde vertegenwoordigen van het uiteindelijke, totale kunstwerk. De materiaalkosten zijn een verwaarloosbare factor. Tóch behandelen wij mensen deze materie plotseling totaal anders dan andere kunstvormen; zoals de (virtuele) muziek, literatuur, een gedicht e.d.. Literatuur en muziek kun je niet aanpakken. Hoogstens zou je een boek of DVD, bijvoorbeeld, als materie door kunnen verkopen of auteursrechten verwerven; wat wij buiten beschouwing laten omdat het normaal om een andere situatie en om veel lagere bedragen gaat.

 

De nogal eens arme, beeldende kunstenaar koopt voor een paar centjes zijn spulletjes. Schept zijn kunstwerk! En plotseling verschijnen de er de ‘aasgieren’; verzot op materie en geld. Het is materie. Dus kun je kopen, verkopen, verhandelen, vererven, beleggen, profiteren van waardestijgingen enz. enz.. Alle ‘trucs’ van ons materiële stelsel schijnen toegestaan. Had die beeldende kunstenaar maar iets virtueels gedaan, zoals een gedicht voordragen, dan hadden die ‘aasgieren’ geen kans gehad.

 

Is het wel redelijk en billijk, dat wij de verwaarloosbare mate van materie, waaruit een kunstwerk opgebouwd is, blijven beschouwen als een vorm van materie en daar de betreffende  levensbeschouwelijke en juridische betekenis op los blijven laten?

  

Beeldende kunst vertegenwoordigt een totaal andere eigenheid dan andere materie. Velen beleven in de beeldende kunst bijvoorbeeld een spirituele ervaring. Laat de eigenheid van die kunstwerken de doorslag geven?

 

Moeten wij van de beeldende kunstenaars blijven verwachten, dat zij hun gevoelens, zieleroerselen, inspiratie, e.d. voor geld blijven verkopen en zich aldus deels prostitueren ter ere van het lieve geld, dat die materie veroorzaakt?

 

Wij zouden ook met de gehele mensheid kunnen afspreken, dat de materie van een kunstwerk in deze zin een totaal andere status krijgt dan alle andere materie. Het materiële aspect van een beeldend kunstwerk is immers toch verwaarloosbaar.

 

Wij zouden op wereldschaal een nieuw systeem kunnen realiseren. Via de Verenigde Naties of anders? Het nieuwe systeem zou op andere wijze de kunstwerken beschikbaar kunnen stellen. Tevens zouden de beeldende kunstenaars op een andere, nieuwe wijze hun gerechtvaardige inkomen kunnen vergaren.

 

Bepaalde vormen van beeldende kunst vallen buiten het materiële stelsel; zoals performances, aktie-kunst, eventueel graffiti, en de (uitsluitend) virtuele kunstwerken op het internet. In de toekomst ‘verhuizen’ een aantal beeldende kunstenaars wellicht naar een nieuwe virtuele, ruimtelijke internet-wereld; vergelijkbaar met onze real live omgeving.

Denk aan de nieuwe internet wereld van Second Live, waar je als aviator (mens/poppetje) in het rond kunt lopen en ‘alles’ doen zoals in real live. In Second Live kun je nu, bijvoorbeeld, al een driedimensionaal museum bezoeken; met schilderijen van Vincent van Gogh aan de wand. 

Wellicht verhuizen beeldende kunstenaars in de toekomst hun atelier naar deze nieuwe wereld en scheppen in deze ruimtelijke omgeving nieuwe, beeldende kunstwerken? Wellicht richten zij er zelf driedimensionale museumsgebouwen in en stellen daarin hun kunstwerken ten toon aan de bezoekende aviators? Ofschoon ook hier, in dat nieuwe, kapitalistische stelsel daar in Second Live, lonken nu al de aasgieren met hun virtuele geldbuidels op de zich er ‘prostituerende’, beeldende kunstenaars… Ook nu kun je al virtueel in programma’s als  Fotoshop of Paint een immateriëel kunstwerk scheppen en uploaden naar Second Live.

 

 

 

De Negatieve invloed van Geld op de Kunstenaar

 

Ook de beeldende kunstenaar kent de verleiding van het geld. Het is ook maar een mens. In een aantal situaties, bijvoorbeeld, is de kunstenaar ook de kostwinner van een gezin, die met de verkoop van de kunst het familie-inkomen moet verwerven. U kunt zich voorstellen, hoe groot dan de verleiding dan is, om net zó’n kunstwerken te maken, die ‘toevallig’ ook nog goed verkopen…

 

Autonome, beeldende kunstenaars werken veelal in een proces, waarin zij steeds op zoek zijn naar nieuwe, beeldende uitdrukkingsvormen. Het ene kunstwerk of periode is een vervolg op het andere. De kunstzinnige kunstenaar blijft zoeken naar iets nieuws. Met als gevolg, dat zijn kunstwerken in de tijd ook veranderen van stijl, vorm, kleur e.d..

 

Stel de situatie, dat in een bepaalde periode, een bepaald soort werk van een kunstenaar goed verkoopt. In een volgende periode is de kunst anders, zelfs mogelijk beter, maar verkoopt slechter. U kunt zich voorstellen hoe groot de verleiding is, om in die oude periode te blijven hangen…

Het verkoopt beter, maar het gaat ten koste van het basale, kunstzinnige proces.

 

Komt dit veel voor?

Ja!

Vooral bij de ‘eenvoudige’, vaak alleen regionaal bekende kunstenaars, vind ik.

 

Ik ken een eerzaam kunstenaars-vader, die een werkelijk leuk maniertje van schilderen praktiseerde. Hij bleef vanaf de kunstacademie-tijd tot op hoge leeftijd steeds op dezelfde wijze schilderen. Hij verkocht prima en vervulde als familievader zijn plichten van staat; alhoewel de kunstzinnigheid…

In een nonprofit-galerie, waarvoor ik eindverantwoordelijk was en desondanks het volgende niet voorkomen kon, zag ik bepaalde ‘kunstemakers’ in grote aantallen ruimtelijke kunstwerken verkopen, van een bepaald, uniform soort, dat enorm goed verkocht, als ware het kunst…

 

Het aanbieden van kunstwerken, die eigenlijk geen kunst zijn, gebeurt op enorm grote schaal. De koper stinkt erin. Kunstzinnigheid nul!

Leve het lieve geld.

 

De verleiding neemt nog meer toe bij de term  “ondernemend kunstenaarschap”, dat politiek nogal gepropageerd wordt. De kunstenaar moet ondernemer worden. D.w.z. zijn eigen ‘bedrijfje’ beginnen en zoals het in ons kapitalistische stelsel betaamt, streven naar winst en/of continuïteit. Hemeltje, waar blijft de hemelse kunst?

Sponsoring zou een rol kunnen spelen bij het ondernemend kunstenaarsschap; zoals het ook bij de podiumkunsten gebeurt. Het zou gaan om partnership. Een sponsor zou zich met een culturele organisatie verbinden vanwege de eigenheid en uniciteit van die organisatie en niet om het artistieke beleid te bepalen. In de kunst zou men leiden aan een “integriteitssydroon” waardoor men niet eens over samenwerking met bedrijven durft na te denken. Marketing is in die optiek een soort virus dat vroeg of laat het artistieke product zou infecteren.. “Toneelstuk te huur als reclamezuil,” was een kop in het NRC: een toneelgroep levert zijn podium uit aan de commercie. 4.  Identieke gevaren loeren ook bij sponsoring van de beeldende kunsten.

 

 

 

De waanzin van de kunstenaar die bij verkoop een goed gevoel heeft.

 

De waanzin sloeg, slaat en zal steeds toe blijven slaan. De waanzin in het hoofd van de exposerende kunstenaar zelf. De ‘grote’ eer, dat er tijdens een expositie in een galerie tenminste iets verkocht moet worden. Niet om het geld, maar waarom dan wel? Om de grote eer, dat iemand geld neer wil tellen voor een kunstwerk, dat net toevallig past bij het behang, het bankstel, het meubilair of een bijdrage levert aan  de binnenhuis architectuur? Een positieve, aankoop motivatie is denkbaar (zien als “com-plimentje” of “schouderklopje”); de praktijk van alle dag in eenvoudige galerieën echter veelal anders.

 

De exposerende kunstenaar zelf concentreert zich, alleen al door deze obsessieve motivatie, te veel op het geld. Het eergevoel hang er van af. De negatieve verleiding van het geld heeft vrij spel.

 

 

 

Het Verleiding van de Galerist

 

Er bestaan veel soorten galerieën.

Op de eerste plaats met galeristen, die het uitsluitend om het geld te doen zijn. In contrast daarmee: de idealisten. Op de kunstbeurzen zie je nogal wat grote galerieën, met vaak duur werk. In de winkelstraten van bijvoorbeeld het Parijse Saint Germain des Prés of het New Yorkse Soho ontmoet je ook nogal wat kleinere galerieën met eenvoudiger hedendaagse kunstwerken. Er bestaan allerlei tussenvormen.

 

Met elkaar gemeen hebben ze, dat het enorm moeilijk blijkt om als galerist het hoofd boven water te houden en daarbij winst en continuïteit te verzekeren. Veel enthousiast begonnen galerieën beleven slechts een kort bestaan. Het levert domweg te weinig geld op.  De verleiding is daardoor oneindig groot om zo commercieel mogelijk zaken te drijven en de te verkopen wat de markt vraagt; d.w.z. het aanbod van kunstwerken aan te passen aan de vraag van het publiek.

 

Voor bepaalde soorten kunstwerken bestaat een groot publiek. Dat kan bijvoorbeeld eenvoudig herkenbaar, figuratief werk zijn. In het onderste kwaliteitssegment blijken beeldjes met brede vrouwenheupen bijzonder populair. Esoterische schilderijen? Afbeeldingen met bloemen? e.d..

 

Erger wordt het als een kunstenaar tijdens een bepaalde scheppings-periode van zijn kunstzinnig proces, toevallig,  goed verkoopbare kunstwerken op de markt brengt. In het vervolg van zijn proces blijken de kunstwerken, kunstzinnig bijvoorbeeld wel van betere kwaliteit, maar verkopen slechter. U kunt zich voorstellen welke invloed dat de galerist dan op zijn kunstenaar dreigt uit te oefenen.  “Produceer nog een stelletje extra; van dat spul’, dat zo goed verkoopt…!

 

Eigenlijk zouden wij van galerieën mogen verwachten: het streven naar zo optimaal mogelijke, kunstzinnige kwaliteit? De werkelijkheid wordt gedicteerd door de macht van het geld. Veel galerieën, die uit idealisme, het anders deden, bestaan domweg niet meer. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Let maar eens op de macht van het geld, tijdens uw wandelingen over de kunstbeurzen, of galerieën in het New Yorkse Soho, het Parijse Saint Germain des Prés, e.d..

 

Voor galerieën is het praktisch moeilijk om in hun programma op te nemen: installaties, performances en  kunstwerken die door beeldende kunstenaars zelf verwoest worden als onderdeel van de kunstzinnige uiting.

 

Alle voorgaande aspekten veroorzaken, dat galerieën slechts een beperkt beeld van de gangbare kunstscene demonstreren. Mocht u daar anders over denken, kijk dan toch eens goed naar de verschillen tussen Monumenta Kassel (of Biënnale Venetië) en bijvoorbeeld een kunstbeurs als Art Cologne, KunstRAI, e.d.. Het is herkenbaar, dat velen daardoor een vertekend beeld hebben van de totale beeldende kunstscene; een geperverteerd beeld, dat wellicht het sterkst aanwezig is bij degenen waar beeldende kunst het snelst de associatie met geld oproept.

 

 

 

 

Om even na te ‘genieten’…?

 

                          

 

      Naakt van Lucian Freud;                 Het Kind met de Sinaasappel;                            Geld op Tefaf

     15 miljoen Dollar; op Tefaf           van Gogh;  18 miljoen Euro; op Tefaf            Maastricht 2008

 

Op de Tefaf 2008 in Maastricht hingen enkele opvallende voorbeelden.

 

Een naakt, gewoon academisch geschilderd op een korsterige ondergrond. Het zou een vakwerkje

van een kunstacademie student kunnen zijn. Netjes geschilderd, maar nauwelijks meer…

Recent werk van Lucian Freud. Vraagprijs 15 miljoen dollar…

 

Op dezelfde beurs hing een Van Gogh; “Het Kind met De Sinaasappel”. Leuk geschilderd; maar in mijn ogen een eenvoudig en mislukt schilderij, zoals elke grootmeester helaas wel eens moet ervaren. Vincent van Gogh realiseerde beter werk. Ter ere van de grootmeester verwachtte de aanbiedende galerist een bedrag van 18 miljoen Euro te mogen vangen.

 

Een leuk spel met de centen, zo’n galeristen-avontuur. Puur kapitalistisch ondernemersschap. Wellicht zullen zowel de verkopende galeristen als de kopers een goede sier mee kunnen maken. Maar de geperverteerde bedragen geven een totaal vertekend beeld van de kwaliteit in de kunst.

 

 

 

De Spiritualiteit van Kunst

 

Mensen hebben een natuurlijke behoefte aan spirituele ervaringen. In het verleden vonden zij deze spiritualiteit nogal terug bij de kerken, maar door de toenemende ontkerkelijking zijn mensen opnieuw op zoek gegaan naar spiritualiteit. Een beperkt aantal mensen vinden hun spiritualiteits behoefte bevredigd in de esoterische scène, waaraan lang niet iedereen geloof aan hecht. Anderen vinden dit in de kunst!

 

De beeldende kunst herleeft een nieuwe belangstelling; te zien aan de toenemende aantallen mensen die kunstmusea en galerieën bezoeken. Kunst geeft mensen een gevoel van hogere waarden; identiek aan de waarden, die in het verleden de kerken boden. De kunst krijgt iets heiligs. De kunstenaar wordt de nieuwe hogepriester, die de mensheid een hernieuwd gevoel van spiritualiteit laat genieten.

 

Kunstgenieters, kunstverzamelaars e.d. beleven, o.a. door deze spiritualiteit, een positief gevoel in de richting van kunst. Zij ervaren kunst als een hogere waarde. Erg mooi. Zij hebben het gevoel zichzelf en andere mensen ermee te verblijden. Zij houden zich er graag mee bezig.

 

Dit is ook te zien bij de grote kunstverzamelaars. Merkwaardig genoeg zitten deze kunstverzamelaars vooral tussen de mensen, die vele malen multimiljonair zijn; niet de gewone miljonairs (die wellicht het ‘barbarendom’ nog maar nauwelijks ontgroeid zijn…).

 

Het zou goed zijn, dat deze kunstliefhebbers, verzamelaars e.d., in zouden zien en het gevoel krijgen, dat de relatie tussen beeldende kunst en geld/eigendom tenminste ook sterke, negatieve effecten veroorzaakt. Dat zij tenminste een beetje het gevoel zouden krijgen, dat zij hun spirituele gevoelens niet aan een dergelijke wantoestand zouden willen verkwanselen.

 

De ideeën over de relatie tussen kunst en spiritualiteit, worden nogal gedragen in humanistische kring. Erg mooi, bijvoorbeeld, geformuleerd door de bekende curator Jan Hoet bij zijn toespraak betreffende expositie Sonsbeek (Arhem) in 2001. In april 2008 waren er, bijvoorbeeld, voor de Sonsbeek expositie 2008, plannen om in juni 2008 een processie te organiseren waarbij de kunstwerken door gilden in een soort processie door de stad gedragen zouden worden; een idee, dat zelfs bij de opening van de Berlijnse Biennale in 2008, bijval kreeg. Processie! Het rijke roomse leven! Het herleeft! De kunst die de positie van de kerken begint in te nemen…

 

 

 

 

De Perversie: een minder goed gevoel bij Kunst en Geld

 

Wij hebben gelezen over de zelfgenoegzaamheid en de bewondering voor indrukwekkende geldwaarden van kunstwerken; bij ons bezoek aan de grote kunstbeurzen en musea.

 

Er blijkt tóch enige twijfel over dat allesomvattende gevoel van zekerheid, die het begrip eigendom van kunstwerken voor ons zou kunnen betekenen.

 

Wij zagen, dat de oude Chinezen  de kunst niet als handelswaar in wilden inzetten..

 

Bij de graffiti ontstaat er een merkwaardig, ‘dubbel’ lijkend fenomeen, waarbij wij enerzijds de graffiti, in zijn algemeenheid afwijzen en anderzijds er desondanks toch veel genoegen aan kunnen beleven.

 

Er bestaat een enorme verleiding om in de waarde van een kunstwerk, een maat voor de kwaliteit van dat kunstwerk te zien.

 

De verwaarloosbare mate aan materie, die een kunstenaar voor zijn beeldende kunstwerken gebruikt, heeft ons nog steeds, in ons bestaande systeem, enorme gevolgen; alleen door het domme feit, dat het materie is. Kan dat niet anders?

 

Ook de autonomie van de kunstenaar staat onder enorme druk, ten gevolge van het geld.

Vaak ‘stom’ genoeg heeft zo’n kunstenaar zelf er ook nog een goed gevoel erbij als hij zijn kunstwerken verkoopt. Daarbovenop komen dan nog eens de verleidingen van de verkopende galerist die allerlei merkwaardige vormen aan kan nemen.

 

En toch, als we op zoek zijn naar idealistische waarden, zoals bijvoorbeeld spiritualiteit, waarom zouden wij ons dan door die overwoekering van het geld op de beeldende kunst laten beheersen?

 

Krijgen wij terecht een minder goed gevoel bij de relatie tussen geld en kunst?

Toch een minder goed gevoel bij al die uitingen waarbij geld en kunst een rol spelen?

Zouden wij het perversie noemen; dat duo: geld en kunst?

 

 

 

Gemeenschappelijkheid versus individualiteit

 

De filosofische basis van het eigendom is een standpunt waarbij het belang van het individu boven dat van de gemeenschap wordt geplaatst; daarmee is het tegengesteld aan het collectivisme. Wij zien dat ook terug in de twee tegenpolen: het kapitalistische stelsel, met de nadruk op het individu, en het communistische stelsel, met de nadruk op het collectief.

 

In Nederland is eigendom het meest omvattende recht, dat een burger op een zaak kan hebben (art. 5:1, eerste lid Burgerlijk Wetboek).

In Belgie betekent eigendom is het recht om op de meest volstrekte wijze van een zaak genot te hebben en daarover te beschikken (art. 544 Burgerlijk Wetboek).

In andere landen vinden wij identieke omschrijvingen.

 

Een basisgedachte van het kapitalisme vinden wij bij Bernard Mandeville, die van mening was, dat de private ondeugden, zoals hebzucht, de bron van het maatschappelijk welzijn vormden.

Zeker zijn er wetmatigheden, die het kapitalisme in economische zin een grotere bijdrage hebben laten leveren aan de grootte van de nationale inkomens, dan het communistische systeem. Wij hebben dit uitgebreid gezien na de val van de Berlijnse muur en de opkomst van het kapitalisme in de oostbloklanden en China. Hoe het vervolgens ging met de verdeling van die nationale koeken is een ander verhaal.

 

Tóch: wie heeft er een goed gevoel bij die private ondeugden, zoals die hebzucht, die de bron van ons maatschappelijk welzijn en ook de bron van eigendom vormt?

Wellicht zijn  wij in relatie met kunst met iets bezig wat meer idealistisch en wellicht meer spiritueel is dan die private ondeugden?

Wellicht zoeken wij in de kunst naar een idealere vorm, die wij zelf persoonlijk ook optimaal vinden?

Wellicht willen wij in de relatie met de kunst zoveel mogelijk aspecten uitbannen waarbij wij een minder goed gevoel hebben?

 

Wij zouden op zoek kunnen gaan naar een meer ideale vorm?

Voor het inkomen van de kunstenaars?

Voor het eigendom van eenvoudige kunstwerken?

Voor het eigendom van de collecties van de grote verzamelaars, waarmee het gros van de musea met enige importantie, nu gevuld zijn?

 

 

Oplossing op wereldschaal: De Verenigde Naties

 

Welke praktische conclusies wij uit dit alles trekken kan heel divers zijn. Wij bespraken een aantal aspecten. Zeker zijn er méér… Een aantal praktische aanbevelingen zouden denkbaar zijn.

 

In één enkel opzicht zou ik hier een praktisch idee willen omschrijven.

Vooral gericht op de werkelijk grote verzamelaars, die miljoenen en mogelijk miljarden geïnvesteerd hebben in kunstwerken. Diversen wekken daarbij de indruk uiteindelijk een zo positief en optimaal mogelijke bestemming te zoeken voor hun verzameling. Velen brengen hun verzameling samen in stichtingen; ook wel in de vorm van een legaat; voor na hun overlijden. Op zoek naar de filosofisch, meest optimale vorm zou je kunnen denken: laat de gehele mensheid meeprofiteren van die kunstverzameling! Optimaler dan een kleine, regionaal opererende stichting, die ook weer de speelbal kan worden van allerlei individuen en individuele belangen? Bovendien een keus tussen het belang van gemeenschappelijk eigendom en individualiteit.

 

Laat de gehele mensheid meeprofiteren van je eigen inzet voor de kunst! Leg de beslissingsbevoegdheid dan ook bij het orgaan bij uitstek, dat reeds bestaat: de Verenigde Naties. Mocht in de beeldende kunst nog niet zoiets bestaan, ontwikkel initiatieven om zo’n orgaan op te richten en vorm te geven. Het uiteindelijke idee: een enorme verzameling beeldende kunstwerken in eigendom van de totale mensheid. De gehele mensheid, in de vorm van de Verenigde Naties, die meebeslist, wat er met de kunstverzamelingen gaat gebeuren en waar deze, wellicht roelerend, ten toon gesteld zullen worden…

 

 

Maar: het ongenoegen over de perversie tussen kunst en geld; dat blijft…

Lees daartoe verder!