De kus
De Katalysator in
het Hoenderhok van de Schone Kunsten.
Inleiding
De Katalysator

Sur le pont d'Avignon (Op de brug van Avignon):
L'on y danse, (daar danst men)
l'on y danse … (daar danst men …)
Zo klinkt
het bekende, speelse lied,
waarvan wij de stad Avigon kennen.
Identiek lichtvoetig ‘danste’ in datzelfde Avignon
op dinsdag 24 juli 2007 een jonge kunstenares voorbij het twee miljoen Euro
‘zware’ kunstwerk van de uitdagend mannelijke Cy Twombly. Deze vrouwelijke Sam Rindy beantwoordde de kunstzinnige verleiding met haar
vuurrode kusafdruk op het maagdelijk, monochroom witte
schildersoppervlak. Verrukt riep ze: “nu is het schilderij nóch mooiër!”

Een advocaat laat op 9
oktober 2007 aan Sam Rindy, die op 24 juni 2007
een kus plaatste
de rechtbank in Avignon de lippenstift-rode op
het werk van Cy Twombly en
verrukt riep:
kus zien op het werk van Cy Twombly; “nu
is het schilderij nóg mooiër.” Kunstenaarsschap?
met een marktwaarde van 2 miljoen Euro. Stendal-Syndroom? Wat vertelt Cy Twombly erover?
Naderhand
merkte Cy Twombly
humoristisch op, welke vreemde machten zijn werken op dames konden hebben. Hij
memoreerde, dat in zijn Cy Twombly
Galerie, van de Menil Collectie te Houston Texas, een vrouw op elke
zondagmorgen naakt danste voor zijn schilderijen. Zij kocht een kaartje. Ging
voorbij de museumswacht en zodra deze zijn rug
gedraaid had, kleedde zij zicht uit, als ware het een ritueel. Vervolgens
danste zij naakt voor de werken van de meester…. 1.
Sommigen
veronderstellen, dat Sam Randy
bij haar aktie ten offer viel aan het Stendhal-syndroom? Een psychische aandoening, die optreedt
als iemand volledig overrompeld wordt door de schoonheid van kunst. Dit kan
resulteren in een versnelde hartslag, duizeligheid, verwarring en flauwvallen;
in ernstige gevallen zelfs manie, hallucinaties of andere psychotische
verschijnselen.
De Franse schrijver Stendhal beleefde,
in 1817, bij zijn reis naar Florence een identieke ervaring. Hij schrijft: “ik
was tot een hoogte van ontroering gekomen waar de hemelse gevoelens, opgewekt
door de schone kunsten, en mijn gepassioneerde gevoelens elkaar ontmoetten.
Terwijl ik Santa Croce
verliet, bemerkte ik het bonzen van mijn hart. Bij mij leek het leven uitgeput en was bang
om te vallen terwijl ik wandelde.” Het Stendhal
syndroom werd naar hem genoemd.
De Italiaanse psychiater Graziella Magherini, werkend aan het centrale ziekenhuis van
Florence, heeft meer dan 100 soortgelijke gevallen onder touristen
van deze stad geobserveerd en beschreven. Het aanschouwen van de kunstwerken
kon leiden tot transcendentie of hysterie. Zelfs pogingen tot vernieling werden
geobserveerd. Het syndroom is wellicht te vergelijken met het Jeruzalem-syndroom, waarbij sterke emotionele reacties op
religieuze ervaringen optreden.
Al deze syndromen kwamen uitvoerig aan de orde in de uitgebreide internet-discussies en bij de rechtzaak na het gebeuren in Avignon. Wij stellen vast, dat kunstenares Sam Randy, noch uit de kleren
ging, noch ten prooi viel aan enige psychische aandoening; doch slechts, zoals
een scheppend kunstenaar, na de penseelstreek
vaststelde: “nu is het schilderij nóch mooiër!”

Sam Rindy samen met
haar advocaat
Bij het paleis van justitie
Lees verder…
Later komen wij terug op deze affaire, die de aanleiding betekent
voor een opnieuw op gang gekomen discussie. Een meer gedifferentieerde visie op
de kunstmarkt en het verzamelen van kunst? Een extra dimensie van het
kunstenaarsschap? Betekent Sam Rindy
de katalysator in het hoenderhok van de schone kunsten? Haar kus: de aanleiding
die discussie op gang brengt?
Uiteraard spreken wij niet over de psychopaten en andere
geestelijk gestoorden, die de meest gruwelijke dingen met kunstwerken op het
oog hebben.
Uiteraard ook met achting voor degenen die zich inzetten om ons
culturele erfgoed in stand te houden: de verzamelaars, de beveiligers en ieder
die daaraan een bijdrage levert.
Voorwoord

4 januari 1997.
Krantenbericht.
In het “Stedelijk Museum” Amsterdam spuitte een Russisch kunstenaar een groene kleur op een schilderij van Malevich. Een dollarteken! In de tussentijd is de restauratie van het schilderij met een waarde van 15 miljoen gulden bijna voltooid. De man, een Russische kunstenaar, is gearresteerd.
Daarna kwam een uitgebreide discussie op gang.
In de kunstwereld. Tussen kunstenaars. Op internet.
Zelfs hoofdredacteur Giancarlo Politi, van het vakblad “Flash Art”, met een positieve reputatie in de museums wereld, nam het op voor de dader: Alexander Brener.
Er zit een kunstzinnig aspect in deze actie!
24 juli 2007.
Tien jaar later.
Opnieuw een identiek voorval.
Sam Randy
zet haar rode kus op het maagdelijk witte schilderij van Cy Twombly
in Avignon.
Weer
een uitgebreide discussie. In bladen. Op internet.
Weer
hetzelfde thema.: “nu is het
schilderij nóch mooiër!”,
had de kunstenares verklaard.
D.w.z.: er zit een kunstzinnig aspect in deze actie!
Laat deze laatste actie van Sam Randy nu eens eindelijk de Katalysator in het Hoenderhok
van de Schone Kunsten zijn. Laat dit de aanleiding zijn om nu, voor eens en
voor goed, vast te stellen wat de betekenis is van het geld, het eigendom en de
(on)aantastbaarheid bij beeldende kunstwerken.
Inleiding
Eigendom en geld overheersen nog steeds de beeldende kunsten. Het
lijkt wel op de tijden van de Europese en Aziatische ‘middeleeuwen’; toen de
kerken en geloofsovertuigingen bepaalden welke kunstenaars er aan bod kwamen.
De macht van het eigendom en het geld heeft nog steeds een desastreuze en
perverterende invloed op de autonome kunstzinnigheid van de beeldende
kunstenaars. Bovendien verlamt deze de interactie tussen de kunstenaars.
Wij moeten daarvan af. Tenminste dient
ieder, die met geld en eigendom de beeldende kunstscène beïnvloedt zijn
positieve idealen bij te stellen: de kopers, de handelaren, de geldbeleggers,
de verzamelaars, de sponsors, de beeldende kunstenaars zelf, de musea en ieder
die betrokken is bij het verwaarloosbare stukje materie, waaruit een beeldend kunstwerk
opgebouwd is.
Vanzelfsprekend is het niet de bedoeling om ertoe aan te zetten
buiten de geldende wetgeving te treden. Wel om ideeën over moraal en ethiek te
ontwikkelen, die o.a. invloed kunnen hebben op veranderende wetgeving en
jurisprudentie.
Inhoud verdeeld over vier delen
plus appendix A en B
DEEL 1:
Inleiding De Katalysator
Voorwoord
Inleiding
Inhoudsopgave
Het Kapitaal
Eigendom
Twijfel
Het oude China
Graffiti
Beschadigingen,
niet door graffiti, maar ook bij performances
Het Geld. Maat voor kwaliteit in de kunst?
De Aasgieren
De
Negatieve invloed van Geld op de Kunstenaar
De waanzin van de
kunstenaar die bij verkoop een goed gevoel heeft.
Het Verleiding van de Galerist
De Spiritualiteit van
Kunst
De Perversie: een minder
goed gevoel bij Kunst en Geld
Gemeenschappelijkheid
versus individualiteit
Oplossing op
wereldschaal: De Verenigde Naties
DEEL 2:
DE BOM BARST
Revolutionair Malewich
Revolutionair Brener
Revolutionairen
ontmoeten elkaar
Breners
theorie
Performance
Symphatie
gerechtelijke macht?
Support
Kunstzinnigheid
Conclusie
DEEL 3:
De (on)aantastbaarheid
van het kunstwerk
Voorbeelden. Van één kunstwerk; gemaakt door meerder kunstenaars tegelijk.
Het kunstzinnige aspect van het ingrijpen bij
een bestaand kunstwerk
Voorbeeld soft ‘ingrijpen’: Jan Fabre in
het Louvre
Het Louvre erkent
de facto het kunstzinnige aspect van de ingreep in een bestaand kunstwerk!
Ingrepen in bestaande
kunstwerken met ‘beschadigingen’
Een kunstwerk, dat om
kunstzinnige redenen geen gevaar loopt
Een kunstwerk, dat om
andere dan kunstzinnige redenen gevaar loopt
DEEL 4:
Dankzij de kus van Sam Randy gaat de discussie
opnieuw voort… en voort…
APPENDIX A:
Documentatie betreffende de zaak: Alexander Brener en Kazimir Malevich.
Met een zo maximaal mogelijke
hoeveelheid historische gegevens.
APPENDIX B:
Documentatie betreffende de zaak: Sam Rindy en Cy Twombly.
Eerste deel met nieuwsberichten.
Tweede deel met internet
discussieforums.
Besluit: persmededeling museum “Collection Lambert en Avignon”.
Het Kapitaal
We voelen ons heerlijk… Wandelend over de pluche tapijten van
kunstbeurzen als de Maastrichtse Tefaf, de
Amsterdamse KunstRai, de Keulse Art Cologne, de Art Basel, en Art Basel Miami Beach. Noch meer genoegen
valt ons ten deel bij de veilinghuizen als Christie’s
en Sotheby's. Wat is alles toch mooi! Goed geregeld. Schöne Heile Welt!
Een beetje minder aangenaam doch dragelijk, blijkt ons bezoek aan
de Kasselse Documenta of de
Biënnale van Venetië. Jammer, dat daar die ‘prijskaartjes’ ontbreken…
Optimaal kapitalistisch genoegen beleven wij in de musea… Hoe kan
dat nou? Jazeker!
De overheid trekt zich in toenemende mate terug uit de Europese en
Amerikaanse museum wereld. Beperking subsidies. De musea vallen ten prooi aan
de grote verzamelaars. De musea worden de speelbal van zich aandienende en
terugtrekkende collecties van de grote collectioneurs. Deels uit ideële
motieven; deels ook om de verzameling goedkoop onder te brengen en financieel
te profiteren van de toenemende bekendheid van de tentoongestelde kunstwerken.
In Duitsland: nu bijvoorbeeld, de verzamelaars, die zich
tegenwoordig terug trekken uit westelijk Duitsland ten gunste van Berlijn.
Grote musea voor moderne en hedendaagse kunst zoals de Londense
Tate Modern, Moma New York en zelfs het nieuwe Stedelijke Museum in Amsterdam
dragen als financieel fundament een doorslaggevende invloed van het privé
kapitaal, dat er zijn voordelen zoekt. Zo is bijvoorbeeld Audi
tot 2014: “De Founder” van het Stedelijk Museum te
Amsterdam. Het scheelde geen haar of er was ook een Audi
auto ten toon gesteld…
Het is allemaal begrijpelijk en tot de verbeelding sprekend.
Het lijkt heerlijk om kunstwerken aan te kopen en een verzameling
kunstwerken aan te leggen;
doorgaans een tak
van sport, niet voor de doorsnee miljonairs
maar merkwaardigerwijs voor de multimiljonairs boven de 10 miljoen e.d..
Ook het verhandelen van kunst en galeriehouder spelen spreekt tot
de verbeelding; in een vorm van inspirerend ondernemersschap!
Kunt u zich voorstellen, dat er, ondanks al dit moois, er
desondanks tóch een addertje onder het gras zit? Ook al zou iets van het
bovenstaande voor u een dagelijkse tak van sport zijn, tóch zit er tenminste iets bedenkelijks in…
Eigendom
Twijfel
Indien u de (trotse) eigenaar bent van een kunstwerk, dan vindt
deze rechtvaardiging zijn uitgangspunt in de ethiek en de wet. U voelt zich er safe en happy bij. Het kunstwerk is van u! En van niemand
anders. U hebt er een goed geweten bij, want u hebt het wellicht op een
respectabele wijze gekocht, geërfd, gekregen; enz..
In zijn algemeenheid:
is eigendom wel zo
onaantastbaar?
Hierna een discutabel voorbeeld van, volgens de katholieke moraal,
aantastbaar zijn van eigendom.
(Brood stelen. 2) Ondermijning van de rechtsorde?)
De
Nederlandse bisschop Muskes, van Breda, stond bekend
om zijn bijzonder uitspraken en standpunten. Zo sprak
hij in 1996 begrip uit voor de werkelijk armen die zwart bijklussen. Ook over
een arme die een brood steelt puur uit nood, viel hij niet. Muskens
verwees naar een oude stelregel in de katholieke moraalleer. Volgens die leer
is diefstal een zonde, maar iemand die geen brood kan kopen en dan - door
honger gedreven - brood steelt, begaat geen zonde. De Bredase bisschop lichtte
dit op televisie nader toe. "Ik ben een pastor die vanuit het veld veel
leest en hoort over schrijnende armoede bij steeds meer mensen. Er moet toch
iets aan het systeem fout zijn. al kan ik niet precies
aangeven wat.".
Deze
opmerkelijke uitspraak vindt een lange traditie in de Rooms katholieke kerk.
Die al terug te vinden is in de eerste verzameling van de canonieke (het kerkelijk recht), geschreven door een zekere Gratianus in de twaalfde eeuw. Het gaat over het goddelijke
recht, dat voorrang heeft op het menselijke recht. Een zekere Johannes Teutonicus werkte dit
honderd jaar later verder uit. Hij stelde vast, dat de rechten die men aan het
goddelijke recht (Fas) ontleent, steeds incidenteel
zijn. Dat wil zeggen door de omstandigheden bepaald. Men kan deze rechten niet
afdwingen, maar wanneer men ze uitoefent, dan kan men daarin niet verhinderd
worden door de ander. Er moet steeds aan twee vereisten voldaan worden: de
levensnoodzaak van de een en de overvloed bij de ander die daardoor geen schade
lijdt. Dan geeft Johannes Teutonicus
een voorbeeld:
Men mag, door honger gedreven, best vruchten
plukken en opeten, maar men mag ze niet in grote hoeveelheden meenemen; men mag
ook zoveel korenaren meenemen als voldoende zijn om de honger te stillen, maar
men mag ze niet in grote bundels met een sikkel afsnijden. Dit is geoorloofd, zegt
Johannes, omdat er levensnoodzaak is bij de één en
geen schade bij de ander.
Bij
eigendom heb je vanuit de moraliteit het gevoel, dat het, zelfs buiten de
wetgeving om, iets totaal onaantastbaars betekent. Toch blijkt uit het
bovenstaande voorbeeld, dat zelfs bij een toonaangevende instantie zoals de
Rooms Katholieke Kerk de ethische onaantastbaarheid van eigendom soms een
vraagteken krijgt.
Een
vraagteken bij je eigendom?
Een
vraagteken bij kunstwerken die je als je eigendom beschouwd?
Het oude China
Een
andere gedachte over eigendom van kunst komt uit het oude China.
Kunst was in
de eeuwenoude, Chinese traditie een middel waarmee een individu zichzelf kon
verheffen en werd alleen al om die reden nooit verkocht. “Het is dan ook een
heel ironisch, dat de hedendaagse kunt uit China zo in het teken van het geld staat,” zegt Pearl Lam. De heer Lam, geboren in Hongkong, en opgegroeid
in Londen, geldt tegenwoordig internationaal als een van de belangrijkste
experts in de Chinese kunst.
Merkwaardig; die oude Chinezen…
Zouden er in
die tijden goede argumenten geweest zijn om kunst niet als handelswaar in te
zetten?
Graffitie

Graffitie in Antwerpen
Graffitie in New York
Zou graffitie kunst mogen heten, dan betekent het uiteraard een
bijzonder triviale vorm. Met nadruk stel ik, dat ieder zich aan de wet dient te
houden, het eigendom van anderen te respecteren en bovendien uit ethische
overwegingen respectvol dient om te gaan met het eigendom van anderen.
De
kunstzinnige kwaliteit van op zichzelf staande, graffitie
geschriften blijkt vaak laag. Het lijkt discutabel of de eventuele kick van de graffiti-spuiter tijdens het ontstaan van zijn ‘kunstwerk’
een bijdrage betekent tot de kunstzinnige kwaliteit van het uiteindelijke
resultaat. Die kick bestaat uit het doen van iets dat verboden is en de
gevaarsbeleving van het ontdekt kunnen worden tijdens het spuiten; volgens de
hardleerse graffitie-spuiters een essentieel element
van graffitie. Desondanks lijkt dit element minder
zichtbaar in het eindresultaat.
Als wij hier
spreken over graffiti, dan bedoelen wij uiteraard niet de uitsluitend
destructieve, totaal onkunstzinnige, spuit-strepen
die je ook vaak op wanden en muren ziet. Wij hebben het hier uitsluitend over
(vaak afkeuringswaardig onstane)
graffiti, waar desondanks een element van kunstzinnigheid uit te destilleren
schijnt. Hoe verfoeilijk de ontstaansgeschiedenis ook moge zijn.
Het zijn twee
aparte elementen. Het ene aspect van het in strijd zijn met de wet en de
moraal. Het tweede aspect met de vraag of het kunst betekent en eventueel van
welke kwaliteit.
Er is ook
iets te zeggen voor de complete afkeuring van dit fenomeen; wat je meestal
hoort. De wellicht, dirty mind
over het eigendomsaspect overwoekert daarbij het aspect van de kunstzinnigheid.
Dit laatste
speelt natuurlijk geen rol op plaatsen waar graffiti toegestaan is.
Desondanks
moet ik stellen, dat ik tijdens treinreizen vaak meer geniet
van de graffiti langs de spoorbanen als van het landschap. Ook in de steden
kijk ik liever naar de graffiti als naar de doorgaans saaie architectuur. In
sommige steden bestaan er plaatsen waar alles vol graffiti zit: een lust voor
mijn oog… Hoe ik daar in ethische zin mee om moet gaan, is voor mij een
vraagteken? Zouden moreel/kunstzinnige aspecten, wat dit betreft, omgezet
kunnen worden in nieuwe wetgeving? Hoe denkt u daarover?
Beschadigingen, niet
door graffiti, maar ook bij performances

Wandelende
kunstenaar giet spoor van verf uit, in Parijs.
Performance “The Leak”
door kunstenaar Francis Alÿs.
Foto van videoscherm
in Musee d’Art Moderne de
la Ville de Paris.
Het
beschadigen van eigendommen gebeurt niet alleen door graffiti, maar ook bij
kunstzinnige performances.
Bijvoorbeeld.
De zeer gewaardeerde Belgische kunstenaar Francis Alÿs, die leeft en werkt in Mexico City.
Solo exposities: Portikus te Frankfurt (Duitsland), MALBA te Buenos Aires (Argentinië), Kunstmuseum Wolfsburg te Wolfsburg (Duitsland), Musée des Beaux-Arts te Nantes (Frankrijk), Museo d’Art Contemporani te Barcelona (Spanje), Museo de San Idelfonso te Mexico City (Mexico), Musée d’Art Contemporain te Avignon (Frankrijk), Centro nazionale per le arti contemporanee te Rome (Italië), Kunsthaus Zürich te Zürich (Switzerland) , Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía te Madrid (Spanje) en Museum of Modern Art te New York (NY).
Groepsexposities: o.a. 14th Biennale of Sydney te Sydney (Australië); 2004 Carnegie International, Carnegie
Museum of Art te Pittsburgh (PA), São Paulo Biennale te São
Paolo, Brasilië, en Shanghai Biennale 2002 te Shanghai
(China).
Een zeer gewaardeerde kunstenaar dus met uitstekende reputatie!
Francys Alÿs loopt, in de sfeer van een kunstzinnige performance, als een knoeiende wandelaar door een stad en laat een spoor van verf op de bodem achter zich. Op de afbeelding ziet u hem aan de gang in Parijs (2003). Hetzelfde ‘kunstje’ in São Paolo (1995), Berlijn (2006) en Lissabon (2006). De wandelingen hebben een uitdrukkelijk kunstzinnige betekenis! Via internet op diverse plaatsen terug vindbaar en naleesbaar.
Ook de beschadiging van het schilderij het grijze kruis van Kazimir Malevich in Amsterdam op 4 januari 1997 door Alexander Brener, wordt in kunstkringen niet alleen gezien als kunstzinnig, maar ook als een performance.5
Het Geld. Maat voor
kwaliteit in de kunst?
Wij lezen het
voortdurend in de beschouwende pers. Waarom hebben bepaalde kunstenaars zoveel
succes? Omdat er hoge euro en dollar bedragen betaald worden voor hun
kunstwerken! Daar ligt de kern en het uitgangspunt voor de bewondering.
De waarde in de kunstmarkt schijnt de alles bepalende
factor te zijn. Indien een kunstwerk tijdelijk te hoog of te laag gewaardeerd
zou worden, zal de marktwerking dit wel corrigeren.
Andere
factoren blijken in mindere mate een rol te spelen. Zoals de werkelijke
kwaliteit van het kunstwerk en de toepasbaarheid. Bijvoorbeeld de mate waarin
een kunstwerk spiritualiteit op zou kunnen wekken op heilige plaatsen: een
bekend aspect bij oude Europese, kerkelijke en Aziatische, tempel kunst. De
Duitse kardinaal Meisner uitte bijvoorbeeld kritiek
op de nieuwe glas-in-lood
vensters van Gerhard Richter in de Keulse dom; een
‘regenboog’ van ‘Bauhaus’-kleurtjes zonder
stichtelijke taferelen…
Met
bewondering stelt men vast, dat een kunstwerk niet alleen mooi is, maar dat de
kunstenaar er ook rijk van kan worden. Dankzij de kopers en de verzamelaars
stijgen de kunstenaars op het voetstuk van hun bewonderaars.
Als excuus
voert men aan, dat een kunstwerk iets anders is dan een massa product, waarmee
wij dagelijks overgoten worden. De koper verwerft een onverwisselbaar unicum.
Het product zit verweven in het systeem kunst waarvan de geschiedenis tot vele
duizenden jaren terug gaat. Er schijnt in de kunst iets onvervreemdbaars
levends te zitten. Dit levendige is niet virtueel; het is het leven van de
kunstenaar. Dat is de reden, dat men vaak meer berichten hoort over het leven
van de kunstenaar als over de kunstwerken zelf. De meeste verzamelaars willen
daarom de kunstenaars, waarvan ze iets kochten, leren kennen. Ze zoeken hun
vriendschap. Voor velen vertegenwoordigen de kunstenaars het rollenmodel van de
tegenwoordige tijd. De kunstenaar hoeft niet gedisciplineerd te zijn, behoort
zich ook niet aan regels te houden, hoeft geen rekening te houden met normen en
waarden en oogst juist daarom hun bewondering. De uitspraken van de kunstenaars
over hun werk zijn heilig.3
Het lijkt op
de bewondering voor de super-kapitalisten, die het
zogenaamd “gemaakt” hebben. Veel geld verdiend en dus
bewondering verdienen… Er verschijnen dollar en euro tekens in de ogen van de
bewonderaars. Zij plaatsen hun kunstenaar-afgoden
bovenop de voetstukken van de kapitalistische ladder en bewieroken hen met
klinkende munt.
De Aasgieren
Een beeldend kunstenaar gebruikt, in het
normale geval, materiaal voor zijn beeldend kunstwerk. Bijvoorbeeld een
schildersdoek met wat verf. Materie! Materialen, die in doorsnee slechts een
fractie aan waarde vertegenwoordigen van het uiteindelijke, totale kunstwerk.
De materiaalkosten zijn een verwaarloosbare factor.
Tóch behandelen wij mensen deze materie plotseling totaal anders dan andere
kunstvormen; zoals de (virtuele) muziek, literatuur, een gedicht e.d.. Literatuur en muziek kun je niet
aanpakken. Hoogstens zou je een boek of DVD,
bijvoorbeeld, als materie door kunnen verkopen of auteursrechten verwerven; wat
wij buiten beschouwing laten omdat het normaal om een andere situatie en om
veel lagere bedragen gaat.
De nogal eens arme, beeldende kunstenaar koopt voor een paar
centjes zijn spulletjes. Schept zijn kunstwerk! En plotseling verschijnen de er
de ‘aasgieren’; verzot op materie en geld. Het is materie. Dus kun je kopen,
verkopen, verhandelen, vererven, beleggen, profiteren van waardestijgingen enz.
enz.. Alle ‘trucs’ van ons materiële stelsel schijnen
toegestaan. Had die beeldende kunstenaar maar iets virtueels gedaan, zoals een
gedicht voordragen, dan hadden die ‘aasgieren’ geen kans gehad.
Is het wel redelijk en billijk, dat wij de verwaarloosbare mate
van materie, waaruit een kunstwerk opgebouwd is, blijven beschouwen als een
vorm van materie en daar de betreffende levensbeschouwelijke en juridische betekenis
op los blijven laten?
Beeldende kunst vertegenwoordigt een totaal andere eigenheid dan
andere materie. Velen beleven in de beeldende kunst bijvoorbeeld een spirituele
ervaring. Laat de eigenheid van die kunstwerken de doorslag geven?
Moeten wij van de beeldende kunstenaars blijven verwachten, dat
zij hun gevoelens, zieleroerselen, inspiratie, e.d.
voor geld blijven verkopen en zich aldus deels prostitueren ter ere van het
lieve geld, dat die materie veroorzaakt?
Wij zouden ook met de gehele mensheid kunnen afspreken, dat de
materie van een kunstwerk in deze zin een totaal andere status krijgt dan alle
andere materie. Het materiële aspect van een beeldend kunstwerk is immers toch
verwaarloosbaar.
Wij zouden op wereldschaal een nieuw systeem kunnen realiseren.
Via de Verenigde Naties of anders? Het nieuwe systeem zou op andere wijze de
kunstwerken beschikbaar kunnen stellen. Tevens zouden de beeldende kunstenaars
op een andere, nieuwe wijze hun gerechtvaardige inkomen kunnen vergaren.
Bepaalde vormen van beeldende kunst vallen buiten het materiële
stelsel; zoals performances, aktie-kunst, eventueel
graffiti, en de (uitsluitend) virtuele kunstwerken op het internet.
In de toekomst ‘verhuizen’ een aantal beeldende kunstenaars wellicht naar een
nieuwe virtuele, ruimtelijke internet-wereld;
vergelijkbaar met onze real live omgeving.
Denk aan de nieuwe internet wereld van Second Live, waar je als aviator
(mens/poppetje) in het rond kunt lopen en ‘alles’ doen zoals in real live. In Second Live kun je
nu, bijvoorbeeld, al een driedimensionaal museum bezoeken; met schilderijen van
Vincent van Gogh aan de wand.
Wellicht verhuizen beeldende kunstenaars in de toekomst hun
atelier naar deze nieuwe wereld en scheppen in deze ruimtelijke omgeving
nieuwe, beeldende kunstwerken? Wellicht richten zij er zelf driedimensionale museumsgebouwen in en stellen daarin hun kunstwerken ten
toon aan de bezoekende aviators? Ofschoon
ook hier, in dat nieuwe, kapitalistische stelsel daar in Second
Live, lonken nu al de aasgieren met hun virtuele geldbuidels op de zich er
‘prostituerende’, beeldende kunstenaars… Ook nu kun je al virtueel in
programma’s als Fotoshop of Paint een immateriëel kunstwerk
scheppen en uploaden naar Second
Live.
De Negatieve invloed
van Geld op de Kunstenaar
Ook de beeldende kunstenaar kent de verleiding van het geld. Het
is ook maar een mens. In een aantal situaties, bijvoorbeeld, is de kunstenaar
ook de kostwinner van een gezin, die met de verkoop van de kunst het
familie-inkomen moet verwerven. U kunt zich voorstellen, hoe groot dan de
verleiding dan is, om net zó’n kunstwerken te maken, die ‘toevallig’ ook nog
goed verkopen…
Autonome, beeldende kunstenaars werken veelal in een proces,
waarin zij steeds op zoek zijn naar nieuwe, beeldende uitdrukkingsvormen. Het
ene kunstwerk of periode is een vervolg op het andere. De kunstzinnige
kunstenaar blijft zoeken naar iets nieuws. Met als gevolg, dat zijn kunstwerken
in de tijd ook veranderen van stijl, vorm, kleur e.d..
Stel de situatie, dat in een bepaalde periode, een bepaald soort
werk van een kunstenaar goed verkoopt. In een volgende periode is de kunst
anders, zelfs mogelijk beter, maar verkoopt slechter. U kunt zich voorstellen
hoe groot de verleiding is, om in die oude periode te blijven hangen…
Het verkoopt beter, maar het gaat ten koste van het basale,
kunstzinnige proces.
Komt dit veel voor?
Ja!
Vooral bij de ‘eenvoudige’, vaak alleen regionaal bekende
kunstenaars, vind ik.
Ik ken een eerzaam kunstenaars-vader,
die een werkelijk leuk maniertje van schilderen praktiseerde. Hij bleef vanaf
de kunstacademie-tijd tot op hoge leeftijd steeds op
dezelfde wijze schilderen. Hij verkocht prima en vervulde als familievader zijn
plichten van staat; alhoewel de kunstzinnigheid…
In een nonprofit-galerie, waarvoor ik
eindverantwoordelijk was en desondanks het volgende niet voorkomen kon, zag ik
bepaalde ‘kunstemakers’ in grote aantallen
ruimtelijke kunstwerken verkopen, van een bepaald,
uniform soort, dat enorm goed verkocht, als ware het kunst…
Het aanbieden van kunstwerken, die eigenlijk geen kunst zijn,
gebeurt op enorm grote schaal. De koper stinkt erin. Kunstzinnigheid nul!
Leve het lieve geld.
De verleiding neemt nog meer toe bij de term “ondernemend kunstenaarschap”, dat
politiek nogal gepropageerd wordt. De kunstenaar moet ondernemer worden. D.w.z.
zijn eigen ‘bedrijfje’ beginnen en zoals het in ons kapitalistische stelsel
betaamt, streven naar winst en/of continuïteit. Hemeltje, waar blijft de
hemelse kunst?
Sponsoring zou een rol kunnen spelen bij het ondernemend
kunstenaarsschap; zoals het ook bij de podiumkunsten gebeurt. Het zou gaan om partnership. Een sponsor zou zich met een culturele
organisatie verbinden vanwege de eigenheid en uniciteit van die organisatie en
niet om het artistieke beleid te bepalen. In de kunst zou men leiden aan een “integriteitssydroon” waardoor men niet eens over
samenwerking met bedrijven durft na te denken. Marketing is in die optiek een
soort virus dat vroeg of laat het artistieke product zou infecteren.. “Toneelstuk te huur als reclamezuil,” was een kop in het NRC: een toneelgroep levert zijn podium uit aan de
commercie. 4. Identieke
gevaren loeren ook bij sponsoring van de beeldende kunsten.
De waanzin van de
kunstenaar die bij verkoop een goed gevoel heeft.
De waanzin sloeg, slaat en zal steeds toe blijven slaan. De
waanzin in het hoofd van de exposerende kunstenaar zelf. De ‘grote’ eer, dat er
tijdens een expositie in een galerie tenminste iets
verkocht moet worden. Niet om het geld, maar waarom dan wel? Om de grote eer,
dat iemand geld neer wil tellen voor een kunstwerk, dat net toevallig past bij
het behang, het bankstel, het meubilair of een bijdrage levert aan de binnenhuis
architectuur? Een positieve, aankoop motivatie is denkbaar (zien als “com-plimentje” of “schouderklopje”); de praktijk van alle
dag in eenvoudige galerieën echter veelal anders.
De exposerende kunstenaar zelf concentreert zich, alleen al door
deze obsessieve motivatie, te veel op het geld. Het eergevoel hang er van af.
De negatieve verleiding van het geld heeft vrij spel.
Het Verleiding van de
Galerist
Er bestaan veel soorten galerieën.
Op de eerste plaats met galeristen, die
het uitsluitend om het geld te doen zijn. In contrast daarmee: de idealisten.
Op de kunstbeurzen zie je nogal wat grote galerieën, met vaak duur werk. In de
winkelstraten van bijvoorbeeld het Parijse Saint Germain des Prés of het New Yorkse
Soho ontmoet je ook nogal wat kleinere galerieën met
eenvoudiger hedendaagse kunstwerken. Er bestaan allerlei tussenvormen.
Met elkaar gemeen hebben ze, dat het enorm moeilijk blijkt om als galerist het hoofd boven water te houden en daarbij winst
en continuïteit te verzekeren. Veel enthousiast begonnen galerieën beleven
slechts een kort bestaan. Het levert domweg te weinig geld op. De verleiding is daardoor oneindig
groot om zo commercieel mogelijk zaken te drijven en de te verkopen wat de
markt vraagt; d.w.z. het aanbod van kunstwerken aan te passen aan de vraag van
het publiek.
Voor bepaalde soorten kunstwerken bestaat een groot publiek. Dat
kan bijvoorbeeld eenvoudig herkenbaar, figuratief werk zijn. In het onderste
kwaliteitssegment blijken beeldjes met brede vrouwenheupen bijzonder populair.
Esoterische schilderijen? Afbeeldingen met bloemen? e.d..
Erger wordt het als een kunstenaar tijdens een bepaalde scheppings-periode van zijn kunstzinnig proces, toevallig, goed
verkoopbare kunstwerken op de markt brengt. In het vervolg van zijn proces
blijken de kunstwerken, kunstzinnig bijvoorbeeld wel van betere kwaliteit, maar
verkopen slechter. U kunt zich voorstellen welke invloed dat de galerist dan op zijn kunstenaar dreigt uit te oefenen. “Produceer
nog een stelletje extra; van dat ‘spul’, dat zo goed
verkoopt…!
Eigenlijk zouden wij van galerieën mogen verwachten: het streven
naar zo optimaal mogelijke, kunstzinnige kwaliteit? De werkelijkheid wordt
gedicteerd door de macht van het geld. Veel galerieën, die uit idealisme, het
anders deden, bestaan domweg niet meer. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Let
maar eens op de macht van het geld, tijdens uw wandelingen over de
kunstbeurzen, of galerieën in het New Yorkse Soho, het Parijse Saint Germain des Prés, e.d..
Voor galerieën is het praktisch moeilijk om in hun programma op te
nemen: installaties, performances en kunstwerken die door beeldende
kunstenaars zelf verwoest worden als onderdeel van de kunstzinnige uiting.
Alle voorgaande aspekten veroorzaken,
dat galerieën slechts een beperkt beeld van de
gangbare kunstscene demonstreren. Mocht u daar anders
over denken, kijk dan toch eens goed naar de verschillen tussen Monumenta Kassel (of Biënnale
Venetië) en bijvoorbeeld een kunstbeurs als Art Cologne, KunstRAI,
e.d.. Het is herkenbaar, dat velen daardoor een
vertekend beeld hebben van de totale beeldende kunstscene;
een geperverteerd beeld, dat wellicht het sterkst aanwezig is bij degenen waar
beeldende kunst het snelst de associatie met geld oproept.
Om even na te ‘genieten’…?

Naakt van Lucian Freud; Het Kind met de Sinaasappel; Geld op Tefaf
15 miljoen Dollar; op Tefaf van Gogh; 18 miljoen Euro; op Tefaf Maastricht 2008
Op de Tefaf
Een naakt, gewoon academisch geschilderd op een korsterige ondergrond. Het zou een vakwerkje
van een kunstacademie student kunnen zijn. Netjes geschilderd,
maar nauwelijks meer…
Recent werk van Lucian Freud. Vraagprijs 15 miljoen dollar…
Op dezelfde beurs hing een Van Gogh;
“Het Kind met De Sinaasappel”. Leuk geschilderd; maar in mijn ogen een
eenvoudig en mislukt schilderij, zoals elke grootmeester helaas wel eens moet
ervaren. Vincent van Gogh realiseerde beter werk. Ter
ere van de grootmeester verwachtte de aanbiedende galerist
een bedrag van 18 miljoen Euro te mogen vangen.
Een leuk spel met de centen, zo’n galeristen-avontuur.
Puur kapitalistisch ondernemersschap. Wellicht zullen zowel de verkopende galeristen als de kopers een goede sier mee kunnen maken.
Maar de geperverteerde bedragen geven een totaal vertekend beeld van de
kwaliteit in de kunst.
De Spiritualiteit van
Kunst
Mensen hebben
een natuurlijke behoefte aan spirituele ervaringen. In het verleden vonden zij
deze spiritualiteit nogal terug bij de kerken, maar door de toenemende
ontkerkelijking zijn mensen opnieuw op zoek gegaan naar spiritualiteit. Een
beperkt aantal mensen vinden hun spiritualiteits
behoefte bevredigd in de esoterische scène, waaraan lang niet iedereen geloof
aan hecht. Anderen vinden dit in de kunst!
De beeldende
kunst herleeft een nieuwe belangstelling; te zien aan de toenemende aantallen
mensen die kunstmusea en galerieën bezoeken. Kunst geeft mensen een gevoel van
hogere waarden; identiek aan de waarden, die in het verleden de kerken boden.
De kunst krijgt iets heiligs. De kunstenaar wordt de nieuwe hogepriester, die
de mensheid een hernieuwd gevoel van spiritualiteit laat genieten.
Kunstgenieters,
kunstverzamelaars e.d. beleven, o.a. door deze spiritualiteit, een positief
gevoel in de richting van kunst. Zij ervaren kunst als een hogere waarde. Erg
mooi. Zij hebben het gevoel zichzelf en andere mensen ermee te verblijden. Zij
houden zich er graag mee bezig.
Dit is ook te
zien bij de grote kunstverzamelaars. Merkwaardig genoeg zitten deze
kunstverzamelaars vooral tussen de mensen, die vele malen multimiljonair zijn;
niet de gewone miljonairs (die wellicht het ‘barbarendom’ nog maar nauwelijks
ontgroeid zijn…).
Het zou goed
zijn, dat deze kunstliefhebbers, verzamelaars e.d., in zouden zien en het
gevoel krijgen, dat de relatie tussen beeldende kunst en geld/eigendom
tenminste ook sterke, negatieve effecten veroorzaakt. Dat zij tenminste een
beetje het gevoel zouden krijgen, dat zij hun spirituele gevoelens niet aan een
dergelijke wantoestand zouden willen verkwanselen.
De ideeën
over de relatie tussen kunst en spiritualiteit, worden nogal gedragen in
humanistische kring. Erg mooi, bijvoorbeeld, geformuleerd door de bekende curator
Jan Hoet bij zijn toespraak betreffende expositie Sonsbeek (Arhem) in
De Perversie: een
minder goed gevoel bij Kunst en Geld
Wij hebben gelezen over de zelfgenoegzaamheid en de bewondering
voor indrukwekkende geldwaarden van kunstwerken; bij ons bezoek aan de grote
kunstbeurzen en musea.
Er blijkt tóch enige twijfel over dat allesomvattende gevoel van
zekerheid, die het begrip eigendom van kunstwerken voor ons zou kunnen
betekenen.
Wij zagen, dat de oude Chinezen
de kunst niet als handelswaar in wilden inzetten..
Bij de graffiti ontstaat er een merkwaardig, ‘dubbel’ lijkend
fenomeen, waarbij wij enerzijds de graffiti, in zijn algemeenheid afwijzen en
anderzijds er desondanks toch veel genoegen aan kunnen beleven.
Er bestaat een enorme verleiding om in de waarde van een
kunstwerk, een maat voor de kwaliteit van dat kunstwerk te zien.
De verwaarloosbare mate aan materie, die een kunstenaar voor zijn
beeldende kunstwerken gebruikt, heeft ons nog steeds, in ons bestaande systeem,
enorme gevolgen; alleen door het domme feit, dat het materie is. Kan dat niet
anders?
Ook de autonomie van de kunstenaar staat onder enorme druk, ten
gevolge van het geld.
Vaak ‘stom’ genoeg heeft zo’n kunstenaar zelf er ook nog een goed
gevoel erbij als hij zijn kunstwerken verkoopt. Daarbovenop komen dan nog eens
de verleidingen van de verkopende galerist die
allerlei merkwaardige vormen aan kan nemen.
En toch, als we op zoek zijn naar idealistische waarden, zoals
bijvoorbeeld spiritualiteit, waarom zouden wij ons dan door die overwoekering
van het geld op de beeldende kunst laten beheersen?
Krijgen wij terecht een minder goed gevoel bij de relatie tussen
geld en kunst?
Toch een minder goed gevoel bij al die uitingen waarbij geld en
kunst een rol spelen?
Zouden wij het perversie noemen; dat duo: geld en kunst?
Gemeenschappelijkheid
versus individualiteit
De filosofische basis van het eigendom is een standpunt waarbij
het belang van het individu boven dat van de gemeenschap wordt geplaatst;
daarmee is het tegengesteld aan het collectivisme. Wij zien dat ook terug in de
twee tegenpolen: het kapitalistische stelsel, met de nadruk op het individu, en
het communistische stelsel, met de nadruk op het collectief.
In Nederland is eigendom het meest omvattende recht, dat een
burger op een zaak kan hebben (art. 5:1, eerste lid Burgerlijk Wetboek).
In Belgie betekent eigendom is het recht
om op de meest volstrekte wijze van een zaak genot te hebben en daarover te
beschikken (art. 544 Burgerlijk Wetboek).
In andere landen vinden wij identieke omschrijvingen.
Een basisgedachte van het kapitalisme vinden wij bij Bernard Mandeville, die van
mening was, dat de private ondeugden, zoals hebzucht, de bron van het
maatschappelijk welzijn vormden.
Zeker zijn er wetmatigheden, die het kapitalisme in economische
zin een grotere bijdrage hebben laten leveren aan de grootte van de nationale
inkomens, dan het communistische systeem. Wij hebben dit uitgebreid gezien na
de val van de Berlijnse muur en de opkomst van het
kapitalisme in de oostbloklanden en China. Hoe het
vervolgens ging met de verdeling van die nationale koeken is een ander verhaal.
Tóch: wie heeft er een goed gevoel bij die private ondeugden,
zoals die hebzucht, die de bron van ons maatschappelijk welzijn en ook de bron
van eigendom vormt?
Wellicht zijn wij in
relatie met kunst met iets bezig wat meer idealistisch en wellicht meer
spiritueel is dan die private ondeugden?
Wellicht zoeken wij in de kunst naar een idealere vorm, die wij
zelf persoonlijk ook optimaal vinden?
Wellicht willen wij in de relatie met de kunst zoveel mogelijk
aspecten uitbannen waarbij wij een minder goed gevoel hebben?
Wij zouden op zoek kunnen gaan naar een meer ideale vorm?
Voor het inkomen van de kunstenaars?
Voor het eigendom van eenvoudige kunstwerken?
Voor het eigendom van de collecties van de grote verzamelaars,
waarmee het gros van de musea met enige importantie, nu gevuld zijn?
Oplossing op wereldschaal: De Verenigde Naties
Welke praktische conclusies wij uit dit alles trekken kan heel
divers zijn. Wij bespraken een aantal aspecten. Zeker zijn er méér… Een aantal praktische
aanbevelingen zouden denkbaar zijn.
In één enkel opzicht zou ik hier een praktisch idee willen
omschrijven.
Vooral gericht op de werkelijk grote verzamelaars, die miljoenen
en mogelijk miljarden geïnvesteerd hebben in kunstwerken. Diversen wekken
daarbij de indruk uiteindelijk een zo positief en optimaal mogelijke bestemming
te zoeken voor hun verzameling. Velen brengen hun verzameling samen in
stichtingen; ook wel in de vorm van een legaat; voor na hun overlijden. Op zoek
naar de filosofisch, meest optimale vorm zou je kunnen denken: laat de gehele
mensheid meeprofiteren van die kunstverzameling! Optimaler dan een kleine,
regionaal opererende stichting, die ook weer de speelbal kan worden van
allerlei individuen en individuele belangen? Bovendien een keus tussen het
belang van gemeenschappelijk eigendom en individualiteit.
Laat de gehele mensheid meeprofiteren van je eigen inzet voor de
kunst! Leg de beslissingsbevoegdheid dan ook bij het orgaan bij uitstek, dat reeds
bestaat: de Verenigde Naties. Mocht in de beeldende kunst nog niet zoiets
bestaan, ontwikkel initiatieven om zo’n orgaan op te richten en vorm te geven.
Het uiteindelijke idee: een enorme verzameling beeldende kunstwerken in
eigendom van de totale mensheid. De gehele mensheid, in de vorm van de
Verenigde Naties, die meebeslist, wat er met de kunstverzamelingen gaat
gebeuren en waar deze, wellicht roelerend, ten toon gesteld zullen worden…
Maar: het
ongenoegen over de perversie tussen kunst en geld; dat blijft…
Lees
daartoe verder!